Achtergronden

Filosofie en filosoferen

Over het filosoferen

Wat houdt filosoferen precies in?

Filosofie betekent letterlijk het verlangen naar wijsheid. Vandaar de oudere naam: wijsbegeerte.
Een filosoof streeft naar wijsheid, heeft de wijsheid dus niet in pacht!
De westerse filosofie ontstond in Griekenland in de 6e eeuw voor Christus. Grote Griekse filosofen waren Socrates, diens leerling Plato, en Aristoteles, een leerling van Plato.
De Duitse filosoof Kant (18e eeuw) vatte de thema’s van de filosofie samen in drie vragen:

  1.  Wat kan ik weten?
  2. Wat moet ik doen?
  3. Wat mag ik hopen?

Hij vatte deze drie vragen vervolgens samen in één vraag: Wat is de mens?
Daaruit zijn de vier hoofdgebieden van de filosofie af te leiden, respectievelijk de kennistheorie, de ethiek, de metafysica (het denken over het zijn) en de filosofische antropologie.

In de universitaire studie en het schoolvak filosofie ligt een grote nadruk op de geschiedenis, dus op het denken van de grote filosofen en de invloeden op andere denkers.

Filosoferen is iets anders. Om te kunnen filosoferen kan kennis van de geschiedenis van de filosofie en vertrouwdheid met filosofische begrippen handig zijn, maar deze zijn niet noodzakelijk.
Filosoferen is een vorm van denken waarin je probeert een bepaald probleem van meerdere kanten te benaderen, zonder vaste uitgangspunten en met opschorting van je eigen oordeel, zo open mogelijk. Filosoferen kan het best met meerderen in een dialoog, zodat je voorkomt dat je in je eigen denken verstrikt raakt en in kringetjes gaat ronddraaien.

pexels-pixabay-356658 (1)